October Diaries

Hoofdstuk 5    -     Haren wassen


Ik baal, vanavond komt er een andere verzorgende dan gepland. Vandaag zou ik mijn haar laten wassen en hij is aardig, maar heeft dat nog nooit gedaan bij mij. Omdat ik nogal weinig aankan en me niet bij iedereen genoeg op mijn gemak voel om iemand binnen tien centimeter afstand te laten komen, is dat lastig te plannen.

Uitleggen kost ook veel energie, hij ziet het zelf ook niet zitten, dus we slaan het over. Haren wassen is een luxe inmiddels, maar mijn hoofd jeukt zo enorm dat ik er echt aan toe was. Er zitten gewoon wondjes op mijn hoofd en korstjes in mijn haar. Bah! Morgen lukt het ook niet, misschien overmorgen. Als ik dan geen energie heb of diegene die het wel kan is er niet, kan het wellicht pas over een week worden, of de week daarna. We zien het wel weer, geduld is een schonere zaak dan mijn haar momenteel.

Mijn haar is bewust lang omdat het dan makkelijk in een staart kan. Dan kun je er namelijk, indien het heel goor en vet is, ook nog enigszins normaal uitzien. Lang is wel onhandig, want het klit heel erg en mijn haar kammen kan ik maar twee keer per week of alleen met hulp. Dus meestal gaat het gewoon met klitten en al in een staart, zie je niets van. Hoop ik dan maar. Knippen doe ik meestal zelf, ik maak twee staarten aan de zijkant van mijn hoofd en knip het met de keukenschaar af. Dit moet binnen veertig seconden, want langer kan ik niet bij de spiegel staan.
De dag daarna maak ik nog een staart recht naar boven en knip die ook af, dat kan ik liggend bed terwijl ik met mijn hoofd boven de vuilnisbak hang. Dan is er nog wat meer volume weg en is het toch nog lang genoeg voor een staart. Het zit nog verbazingwekkend oké met deze techniek, die ik overigens op YouTube heb gevonden.

Momenteel kan ik helaas zelfs geen tien seconden staan. Dus ik moet een staart maken op de achterkant van mijn hoofd, op mijn buik in bed gaan liggen en een vriend het zo goed en zo recht mogelijk laten afknippen. Simpel doch effectief en erg oncharmant!

Op dit moment kan ik vrijwel niets, dus worden ook mijn haren gewassen op bed. Ik ga liggen met een kussen onder mijn rug en onder mijn hoofd twee Tena Lady zeiltjes en twee handdoeken. Een afwasteiltje staat onder mijn hoofd en de verpleging gooit water uit mijn gieter over mijn haar. Ze wast het en gooit de bak weer leeg in een emmer terwijl ze mijn hoofd omhoog houdt. Dat herhalen we net zo lang tot het klaar is. Mijn energiepeil is zo laag dat ik niet zelf mijn hoofd omhoog kan houden en het doet erg veel pijn aan mijn nek. Ook moet ik kiezen; óf haren wassen, óf mijn lijf wassen. Allebei op één dag dat kan ik niet. Soms vergeet ze dat mijn haar vastzit aan mijn hoofd. Ze leegt de emmer met mijn haar in haar hand en trekt mijn hoofd daardoor helemaal opzij. Ik roep: “Joehoe, dat zit vast hè!”, en we lachen er samen om.

Als het wat beter gaat en ik een paar meter kan lopen, dan heb ik een andere creatieve oplossing gevonden om het te laten wassen. Best schrijnend dat dit zo moet, vooral omdat een mens gewoon recht zou hebben op menswaardig handelen, maar ja... regels, protocollen en vooral heel veel onwil van de gemeente zorgt ervoor dat het zo moet. Dus ik doe het maar met wat ik heb. Creatieve oplossingen vinden voor problemen, daar ben ik goed in.Ik schaam mij om dit te delen, maar vind het wel belangrijk om dit te laten weten. Zelf kan ik er ook wel om lachen soms, maar eigenlijk is het ronduit schrijnend dat dit nodig is. We leven in een eerste wereldland.
Hoe ik dat doe?

... nou ...

Ik ga op het aanrecht liggen, op mijn buik, met mijn voeten op het gasfornuis. Dat kost mij zo min mogelijk energie. Want ik kan niet zitten of staan en mijn aanrecht is laag genoeg, dus ik kan er zo op schuiven. Mijn hoofd ligt in de wasbak op een plank met een gat erin, zodat ik nog kan ademen. Vrij belangrijk op zich. De verpleging gooit dan bakjes met water op mijn hoofd en wast het. De laatste keer dat ik dat heb gedaan lag ik huilend in de wasbak omdat zelfs zo liggen, terwijl mijn haar gewassen werd, me te zwaar was. Ik kon zelfs met hulp amper terug naar mijn bed komen en de rest van de dag kon ik dan ook niets meer. Maar schoon haar en water over je hoofd krijgen voelt zo fijn dat ik er soms wel drie dagen uitputting voor over heb. Ook dat laat je weer iets meer mens voelen. Als je je overigens afvraagt hoe ik dan douche ... dat heb ik al meer dan anderhalf jaar(!) niet gedaan. Natuurlijk word ik wel elke dag gewassen, dus vies voel ik me niet, maar lekker is anders!

Alleen tijdens de laatste ziekenhuisopname heb ik gedoucht. Toen hebben ze me op een douchebrancard gelegd en met twee mensen gewassen, dat was heel heel HEEL fijn om weer eens stromend water op mijn lijf te voelen! Ook al moet ik zeggen, was het best raar om door vier handen liggend gewassen te worden in een veel te kleine douchecel, om daarna naakt door de gang gereden te worden met alleen een laken over je heen. Zo maak je nog eens wat
mee. 

Als je ziek bent moet je wel echt al je gêne aan de kant zetten want niets is meer privé. 

Helemaal niets.




May Diaries   


Hoofdstuk 16    -     Sprinkhaan


De huishoudelijke hulp komt vandaag wat later, want de uitvaart is vandaag en ik vind het belangrijk om even mijn tijd te nemen om er in gedachten bij te zijn. Het is heel fijn dat zij wat kon schuiven met haar tijd, daardoor is die ruimte er nu. Blijkbaar ben ik er wel heel erg mee bezig, want vannacht ben ik maar liefst drie keer wakker geschrokken uit een droom waarin ik te laat op de begrafenis kwam. Ik steek een kaarsje aan en zet de kaart erbij. In mijn WhatsApp krijg ik wat foto’s van hoe het er daar uitziet en hoe mooi en kleurrijk de bloemen zijn. Zij had een grote hekel aan witte stijve begrafenisbloemen, net als ik, en ik ben zo blij dat ze die dus niet heeft. 
Ik waardeer het gigantisch dat de familie daar, terwijl zij een zwaar uur tegemoet gaan, eraan denken om wat foto’s naar mij te sturen. Dan heb je een groot hart, vind ik.

Het is moeilijker dan ik dacht, ik kan mijn gedachten er niet bij houden. Daarom probeer ik maar een foto te maken van een mooie anemoon en ik wil die op Facebook zetten als een soort herdenking. De foto lukt niet, ik ben veel te moe om in bed mijn armen omhoog te houden en een bloem te fotograferen. Daar moet ik van huilen, want ik wil zo graag iets doen voor haar op dit moment. Uiteindelijk besluit ik ook maar niets te posten op Facebook. Niemand begrijpt mijn verdriet toch, en ik heb ook eigenlijk helemaal geen zin om iets uit te moeten leggen. 
Ik vraag mezelf: wil ik steun of wil ik rust? Ik kies voor het laatste, het verdriet is toch iets van mij en ik moet het ook zelf een plekje geven.

Rond een uur of half vier komt de huishoudelijke hulp, ze vraagt hoe het gaat en ik zeg dat ik nog wat emotioneel incontinent ben en niet veel kan zeggen. Ze begrijpt het gelukkig, want ik wil haar niet lastig vallen met dit soort emoties. Dat hoeft niet en bovendien moet ik steeds huilen als ik ga praten. Doe maar even niet nu. Ze gaat aan de slag en vertelt dat ze mijn boek uit heeft. Zo leuk dat zij het wilde lezen, als eerste. Ik vond dat wel ‘raar’ dat zij dat ging doen, omdat zij er zelf ook in voorkomt en ik hoop maar dat ik positief genoeg heb geschreven over haar. Ze zegt gelukkig van wel. Ze geeft hele fijne en positieve feedback en daar word ik heel blij van. 

Opeens hoor ik: “Gatver, wat is dat nou?“, uit de gang komen. Ze heeft iets gevonden en weet niet wat het is. Blijkbaar ziet het er goor uit, anders zegt ze dat niet. Ik vraag wat ze ziet en waar het op lijkt. Ze heeft geen idee, maar mogelijk keutels. Keutels? Dat is heel raar. Ze bedenkt de geweldige oplossing om een foto te maken en het mij te laten zien, in de hoop dat ik het wel weet te analyseren. Ik kijk ernaar en weet het ook niet, het lijkt inderdaad op keutels, alleen de kleur klopt niet helemaal, ze zijn lichtbruin verlopend naar donkerbruin. We bedenken wat voor soort dier dan zulke keutels zou kunnen hebben. Bovendien woon ik in een flat en ik heb nog nooit muizen gezien hier. Maar goed, alles kan tegenwoordig. We wisselen wat gedachtes uit over wat we denken dat het kan zijn, maar we komen er niet uit. Ze ruimt het dus maar gewoon op. Als het van een beest is, ligt het er morgen vast opnieuw, is onze logica. Ze vindt ook nog een spin, gelukkig is ze er niet bang voor, dus ze stopt hem vakkundig in een beker en zet hem op het balkon. 

Beesten, ook zo’n leuk onderwerp. Gelukkig woon ik vrij hoog, in een betonnen flat. Althans voor dit onderwerp ‘gelukkig’ dan, want wat zou ik graag op de begane grond wonen en een tuin tot mijn beschikking hebben. Maar goed, op deze hoogte heb ik daardoor wel vrij weinig te maken met ongedierte of insecten. Als er íets is waar ik in dit kader dankbaar voor ben, is dat het wel. Vanuit mijn bed kan ik namelijk niets wegjagen, buiten zetten of neerslaan. Een mug bijvoorbeeld kan mij echt uit mijn slaap houden en als je die dan niet kan neer meppen is de frustratie bijzonder groot kan ik je vertellen. Het komt ongeveer drie keer per jaar voor dat er een mug in mijn huis zit. Wat een mazzel heb ik daar toch mee. Vliegen zijn er soms wel. En vorig jaar had ik een wespennest in een oude boomstam op mijn balkon zitten. Dat was iets minder grappig, die vermenigvuldigen zich vrij behoorlijk. Ze bleven ook terugkomen, dus de boomstam is uiteindelijk maar verwijderd.

Vorige maand werd ik rond 07:00 uur in de ochtend wakker door een énorme knal. Ik had geen idee wat het kon zijn, maar was wel in één klap wakker. Voorzichtig stond ik op en keek voorzichtig door het gordijn. Ahhhh ... nee!! Dit was iets waar ik sinds ik hier woon al bang voor ben, er was een duif tegen mijn raam gevlogen. Dat gebeurt wel vaker helaas, maar deze, die ging niet meer wegvliegen. Ik zal jullie het beeld besparen maar het was heel duidelijk. Ik vond het zo naar dat ik niets meer kon doen voor dat beest, terwijl hij voor mijn ogen zijn laatste adem uitblies. Er lag nu alleen een duivenkadaver in een plas bloed op mijn balkon. En hij was nog best groot ook. Toen de verpleging binnen kwam zei ik gelijk: “Niet kijken hoor!” Natuurlijk keek ze wel en ze walgde even van het beeld. Toch heeft ze hem voor me opgeruimd en in een doos gestopt, en daarna mijn balkon schoongemaakt. Wat de verpleging toch allemaal moet doen tijdens hun ronde, ongelooflijk! Maar ik was wel blij dat ze het deed. De buurman heeft het doosje
met dat beest erin later op de dag weggegooid.

Het engste beest dat ik in huis heb gehad was een of andere terrorwesp van drie centimeter (een hoornaar waarschijnlijk). Daar was ik wel echt bang voor, want mensen kunnen daar vrij allergisch op reageren wanneer die prikken, weet ik. En ik ben al een paar keer gestoken door een wesp en het schijnt dat je dan steeds gevoeliger wordt voor die dingen. Ik hoopte maar dat hij heel snel de uitgang weer kon vinden. Brrr... ik hield hem als een havik in de gaten. Hij vond de uitgang pas twaalf uur nadat hij binnen was komen vliegen. Nu zit ik te kijken naar een mot die over het plafond danst en ik hoop dat ook die even vertrekt. Een libelle, hele mooie dieren, maar in je huiskamer zijn ze toch best wel heel groot. Een vriendin kwam en zei: “Wow, dat lijkt wel een echte!”, ook zij verwachte zo’n groot ding niet binnen in een appartement op deze hoogte. “Nou, hij ís ook echt hoor”, grinnikte ik. Ik denk dat hij wel 14 centimeter lang was.

Honden zijn dan weer wel leuk, althans sommige. Een vriendin van me neemt haar hond weleens mee als ze langskomt. Omdat hij als pup al meekwam en toen op bed mocht liggen, doet hij dat nog steeds. Met zijn grote lompe lijf probeert hij in bed te springen. Ik doe met mijn automatische versteller dan meestal mijn bed wat lager, zodat het beter lukt. Normaal hou ik echt niet van beesten in mijn bed, maar deze lieverd mag dat wel. Het is knus en gezellig.

De meest rare ervaring met een dier in huis was met een sprinkhaan. Hij was zeker twaalf centimeter groot en zat de hele dag al op de muur. Prima dacht ik, die doen toch geen vlieg kwaad. Toen ik ging slapen zat hij vijf meter bij me vandaan en ik deed gewoon het licht uit en de dekens over me heen om mezelf in dromenland te laten glijden. Een uur later slaakte ik een keiharde krijs, ik schrok me echt de pleuris. De sprinkhaan had bedacht om even te gaan vliegen en midden op mijn borstkas te landen, terwijl ik sliep. Ik sloeg in één beweging de dekens van me af en wilde uit bed springen. Dat kon ik natuurlijk niet, maar ik trilde over mijn hele lijf van de schrik. Het heeft nog uren geduurd eer dat ding zelf door de deuropening naar buiten vloog en ik weer kon slapen. Nooit ga ik meer slapen als er een sprinkhaan op de muur zit.

Ineens schiet met iets te binnen. Ik weet prompt wat het is dat de huishoudelijke hulp heeft gevonden in de gang. Iemand had laatst uitgebloeide bloembolletjes meegenomen van mijn balkon, om in de tuin te planten. Die had ze, zodat ze ze niet zou vergeten, bij de voordeur gezet. Het zijn dus gewoon de uitgevallen knopjes van de blauwe druifjes!
Hahahaha, ik lig in een deuk. 

Ik kan gelukkig zorgeloos, veilig én diervrij slapen vannacht.